Egypte :  15-29 december 2000

Door Yves Van Roosbroeck (yvesvanroosbroeckpandorabe).

15-12 : EEN EERSTE KENNISMAKING
Vroeg in de morgen brengt broer Jan ons over de verlaten Belgische wegen van het nog slapende land naar de luchthaven van Zaventem .  Bert en ik stappen er aan boord van een Boeing 737 van Sobelair met bestemming Hurghada Egypte.  Het tuig, dat maar voor tweederde gevuld is, zet ons na ongeveer 5 uur af in Hurghada.  Een vreemde omgeving :overal waar men kan zien gele zandwoestijn, die plots ophoudt in de Rode zee.  Hurghada is een kunstmatige stad aan die Rode zee.  Ze is opgetrokken voor duikers en snorkelaars die van hieruit de Rode zee verkennen.
Na de landing nemen we samen met een koppel uit Gent, Frank en Brigitte, een taxi naar de stadskern.  Er staat slechts 1 taxi, die dus kan vragen wat hij wil, zodat we na een half uur op Egyptische bodem te zijn al ‘in het zak gezet ‘ zijn.  Het koppel beweert dat in Hurghada niet veel te zien is als men er niet gaat duiken of snorkelen en is van plan om direct de bus naar Luxor te nemen.  Omdat die bus vertrekkensklaar staat, besluiten wij dan maar om deze ook te nemen.  En in gezelschap van deze 2 Belgen, die beiden al in Egypte geweest zijn, voelen we ons toch wat meer op ons gemak in dit, althans voor mij toch weer totaal vreemd land.  Bert die al Tunesië bezocht, is al min of meer op de hoogte van de Arabische cultuur.
We verlaten Hurghada en we rijden door een dor landschap van geel zand en geelrode rotsen.  Zo moet het er op Mars ook ongeveer uitzien, denk ik bij mezelf.
De muziek wordt aangezet op de bus : de Walk Of Life van Dire Straits.  Deze wordt onmiddellijk weer afgezet en in de plaats krijgen we Amerikaanse catch op de TV.  Als de wedstrijd eindelijk gestreden is, krijgen we terug de radio met nu afgrijselijk Arabierengejengel.  Dit in combinatie met de tulbanden op de bus en de onleesbare Arabische handwijzers langs de weg overtuigt ons dat we in Egypte zijn.
En dan maken we kennis met de opvliegendheid van het volk ! Er ontstaat een rel op de bus waar op den duur iedereen zich begint druk in te maken.  Er wordt geroepen op mekaar en wij snappen niet waarom.  ‘Het is altijd hetzelfde met die mannen’, zegt Frank en hij lacht er eens mee.  We vermoeden dat een passagier betaald heeft met een vals briefje en dat dit de oorzaak is van de rel, maar even nadien bedaren de gemoederen en wordt het weer rustig, afgezien dan van het afschuwelijke Arabierengejengel.
Plots wordt alles groen rondom ons, wat wil zeggen dat we het irrigatiegebied van de Nijl betreden.  Palmbomen en suikerrietplantages.  En dorpjes met markten en Arabieren.  Vervallen huizen.  Het lijkt wel een filmdecor uit Indiana Jones.
In Luxor stappen we van de bus en we worden onmiddellijk ‘gekidnapt’ door een gezant van een vlakbijgelegen hotel.  Hij laat zijn kamers zien en we nemen er 1 en boeken ook een dagtrip voor morgen naar de westelijke oever van de Nijl, namelijk de Valley of the kings.
We zitten in het centrum van Luxor en buiten is veel rumoer.  Er is een Egyptische markt (of soek) in de straat voor ons hotel en we lopen er eens door.  Ik ga op zoek naar enkele blikjes bier.  De handelaars in de straat vallen ons voortdurend lastig door hun waren aan te prijzen.  Sommigen volgen ons en geven niet op.  Beleefd blijven helpt niet, dus dan maar onbeleefd.  En nergens geen bier te vinden ! Een beetje gefrustreerd keer ik naar het hotel terug en begin aan mijn relaas…

Egyptische markt of soek


 

16-12 :HATSHEPSUT MASSACRE
We steken de Nijl over naar de westelijke oever onder leiding van gids Aladin en we zijn vergezeld van een dertiental mensen.  Net buiten het irrigatiegebied van de Nijl begint de woestijn.  Kale bergen rijzen op en hierin liggen de graftombes van de koningen en koninginnen van het oude Egypte.  In de eerdere dynastieën bouwden de Egyptenaren piramides als koningsgraven, maar omdat deze steeds ten prooi vielen aan grafrovers, omdat ze zo hard opvielen, had men in de tweede tijd besloten om de tombes te verbergen in deze natuurlijke kalksteenrotsen.  De ingangen werden nadien dan verzegeld.  Rovers vonden ondanks dit toch alle graven, behalve 1 : dat van Toetanchamon.  De tombe met de mummie ligt hier in de vallei der koningen, maar de schatten liggen in het Egyptisch museum in Caïro.
We bezoeken drie tombes :deze van Tuthmoses, van Ramses 6 en van Seth 2.  Aladin beweert Egyptoloog te zijn en hij blijkt inderdaad veel te weten over de hiërogliefen in de tombes.  Hij weet de hele groep te boeien met zijn verhalen.
We verlaten de vallei der koningen en rijden naar de tempel van Hatshepsut, bekend van de ‘Hatshepsut massacre’ in 1997, waarbij 58 toeristen (hoofdzakelijk Japanners) vermoord werden door 6 gewapende fundamentalisten.  Het was een zwarte dag voor het toerisme in Egypte.  Sinds toen durfden vele westerlingen een reis naar Egypte niet meer aan.  Voor de massamoord kwamen er ongeveer 5000 toeristen per dag naar deze tempel van Hatshepsut (hot chicken soup voor de westerlingen) en erna maar 100 à 200 per dag.  Maar zo te zien is het drama nu bijna vergeten, want het aantal bezoekers is na drie jaar weer flink toegenomen.  Tourist police, bedoeld om de toeristen te beschermen, houdt overal een oogje in het zeil en ze zijn een geruststelling voor elke reiziger.  We bezoeken nog twee tombes in de vallei der koninginnen en keren daarna terug naar Luxor.
Als we van de bus stappen komt er een schoenpoetser op mij af.  Mijn schoenen, die helemaal wit zien van het kalksteenstof, kunnen eigenlijk wel een beurt gebruiken.  Voor 50 piasters wil de jongen mijn schoenen kuisen.  Ik ga akkoord, maar plots doet hij een kwak schoensmeer op mijn schoenen en wanneer 1 schoen gepoetst is, vraagt hij ineens 20 Egyptische pond (240 BF !).  With polish, more expensive.  Ik zeg : ‘No way man.  For 50 pounds I buy new shoes here !’  Ik probeer wat af te dingen, maar hij blijft bij 20 pond.  ‘Dan zennek eweg ook, ze joeng’ zeg ik en ik sta op en ga weg.  Hij volgt nog even en dan is ineens 4 pond genoeg.  En daarna is hij zelfs tevreden met wat ik hem ook maar wil geven.  Kwaad zeg ik hem dat hij de mensen bedriegt en dat hij de pot op kan.  Nu heeft hij niks verdiend en ik heb toch 1 propere schoen!  Ze moeten het maar afleren , de bedriegers !
Op de terugweg van de tombes zagen we een reclamebord van…McDonalds.  Bert en ik gaan te voet op pad om hem te zoeken.  Na 2 uur zoeken en zoeken ontdekken we dat hij slechts op 200 meter van ons hotel ligt !  Maar op deze lange zoektocht hebben we toch weer een beetje bijgeleerd hoe we de opdringerige verkopers moeten aanpakken.  Ze plakken al niet meer zo lang aan ons lijf als in het begin.
‘s Avonds mogen we op de thee bij de kleermaker, de overbuur van ons hotelletje.  De bedoeling is uiteraard dat we een speciaal op maat gemaakt kledingstuk zullen kopen.  Dit zegt ons wel iets, omdat we zo deze hard werkende mensen helpen en in ruil toch wel een speciaal en nuttig aandenken mee naar huis nemen.  Ik bestel een kaki hemd en Bert een zwarte vest en een zwarte broek.  Binnen 3 dagen overnachten we toch terug in Luxor en tegen dan kan het klaargemaakt zijn.  Nadat we een prijs zijn overeengekomen, blijven we plakken en het is dan dat we voor het eerst (eindelijk !) sympathie beginnen te krijgen voor de mensen van dit land.  Er wordt westerse muziek opgezet en we babbelen aan 1 stuk door.  Ik krijg te horen dat we in ons hotel bier kunnen bestellen (ook eindelijk !) en doe dit dan ook.  De kleermaker, die geen Moslim is, maar een Coptische Christen, vertelt ons hoe erg het wel gesteld is met de armoede van de man in de straat in Egypte.  De kinderen in de straat moeten wat geld zien bijeen te sprokkelen voor hun vaak zieke, werkloze of invalide ouders.  Ofwel gewoon voor hen zelf, want er zijn ook veel wezen bij.  En Moebarak doet niks ! Enkel de toeristen (en dan vooral de Amerikanen, volgens de kleermaker) brengen wat geld in hun schuif.  Meteen krijg ik al spijt dat ik de schoenpoetser daarstraks zo hard heb aangepakt.
De kleermaker werkt 6 dagen op 7 van 07.00 uur ‘s ochtends tot 23.00 uur ‘s avonds.  En hij is het moe ! Hij doet dit al 20 jaar en heeft geen andere optie.  Working, sleeping, working, sleeping…Zijn vader (al 4 jaar dood) was eveneens kleermaker.
Hij kan moeilijk begrijpen waarom wij westerlingen niet meer naar de kerk gaan.  Bij hem is het iets om wekelijks naar uit te kijken.  Meeting people.  Different than working, sleeping, working, sleeping.  Nog net voordat hij Bert en mij bekeerd heeft, gaan we terug naar het hotel en…3 stella’s liggen klaar voor mij !

17-12 :DEN TETTENTOPTIEN EN DE WATERPIJP
We rijden verder zuidwaarts langs de Nijl tot in Aswan.  Het is een kleinere stad dan Luxor, maar nog geen hele kleine.  Wanneer we door de drukke soeks lopen, worden we redelijk gerustgelaten door de verkopers.  We gaan eten in een drijvend restaurant op de Nijl, waar we aan de tafel naast ons bekenden tegenkomen.  Het zijn Frank en Brigitte, die we al leerden kennen bij aankomst in Egypte.  We schuiven bij hen aan en wisselen onze verhalen.  Aangezien zij ongeveer hetzelfde traject gaan doen als wij, is de kans groot dat we hen nog wel eens gaan tegenkomen onderweg.
We gaan terug naar het hotel, waar Bert vertelt over den tettentoptien.  Het is een hitlijst op Studio Brussel van de vrouwen met de grootste boobies.  Bert wil graag een waterpijp roken en we gaan naar een ahwa, een soort café waar men een sheesha, of waterpijp kan roken bij een kopje thee.  Met een bleke en misselijke, maar voldane Bert keer ik vervolgens terug naar het hotel.  Nog een sigaretje, Bert ?

Den Bert en zijn waterpijp


 

18-12 :MET DE FELUCCA OP DE NIJL
We lopen door de soeks, vooringenomen dat we ons ditmaal niet meer in het zak laten zetten.  We zoeken brood en postkaartjes.  We komen terug op het hotel met een brood, dat we 2 pond teveel betaald hebben en postkaartjes, die we 6 pond teveel betaalden en een zakje thee, dat we eigenlijk niet wilden.  Wat zijn ze toch geslepen, die Arabieren !
Na de middag maken we een tocht met een felucca op de Nijl.  De zeilboot brengt ons eerst naar Kitcheners Island, dat een botanische tuin met tropische planten herbergt.  Een wandeling op het piepkleine eilandje met al zijn geurige bloemen, brengt ons na drie kwartier weer bij de boot.  Vervolgens bezoeken we Elephantine Island, dat iets groter is.  We brengen er een bliksemsnel bezoek aan een museum met oude beeldjes.  Maar de wachter van het museum die ons rondleidt wil gaan sluiten en in de hooguit 3 minuten dat we binnen zijn, slaagt hij er niet in om ons,  hoofdzakelijk vanwege zijn gebrek aan Engels, enige helderheid bij te brengen over de herkomst van de beeldjes.  We lopen nog door een ruïne van een oud kasteel, waarna de schipper van de felucca ons weer aan wal zet in Aswan.  De trip was mooi, maar we hadden hem wel goedkoper kunnen doen.  We zijn alweer bij de neus genomen !
Vandaag verjaart Bert en we gaan daarom lekker eten en drinken nog wat pintjes na op Bert zijn 22ste.  We beraden snode plannen om de oplichters tijdig te ontmaskeren en ons niet meer te laten beetnemen, want het gevaar schuilt achter elke hoek !
 

Wind in de zeilen op de Nijl


 

19-12 :DE TOURIST POLICE
We rijden terug naar Luxor en komen er rond de middag aan.  We gaan naar de post om de kaartjes te posten maar de post is gesloten.  We steken ze dan maar in wat we denken dat moet dienen als de postbus.  Of is het een vuilbak ? We kopen bananen die we weer eens 10 pond teveel betalen en dan maken we een avondwandeling langs de Nijl.  Het is Ramadan en om 17.00 h wordt het heel rustig in de stad.  De bewoners gaan dan allemaal eten na een hele dag vasten.  Ik laat mijn schoenen nog eens poetsen, maar deze keer met goede afspraken op voorhand en dus zonder ambras achteraf.
We gaan eten en dan even goeiedag zeggen bij Hassan, onze kleermaker (waar we overigens vanmiddag onze perfect passende kledij gaan afhalen zijn).  We roken een waterpijp in een nabijgelegen ahwa.  Wanneer we daar zitten te paffen, komen er 2 kinderen bij ons staan en ze nodigen ons uit om bij hen thuis op visite te komen.  We zijn natuurlijk direct achterdochtig, maar what the heck, wie niet waagt, niet wint.  We gaan te voet mee naar een aarden krot van niet meer dan 5 meter bij 5.  Er wonen een stuk of 8 mensen in en we krijgen een kopje thee.  Een koets komt ons ophalen en we gaan (op mijn verzoek) bier kopen. Uiteraard betaal ik mijn bier zelf.  We rijden verder door de achterbuurten en belanden dan in een ander huis van ook zo’n 5 bij 5 waar een tiental mensen zitten.  De koetsier gaat ook mee binnen en het bier wordt opgedronken en men begint marihuana te roken.  Op de grond liggen 2 kinderen van een jaar of 3 te slapen.  Dichter bij de bevolking kunnen we niet komen, denken we en we hebben waarschijnlijk gelijk.
Om 22.30 h wensen wij naar het hotel terug te keren en verlaten het gezin.  De jongen die er ons bracht vraagt aan mij of ik geen ‘present’ heb voor hem en ik wil hem wel een fooi geven, maar heb niks kleiner dan een briefje van 20 pond.  Dit is eigenlijk wel veel te veel, maar Bert heeft ook niks kleiner en ik geef het dus maar.  Het is voor ons tenslotte toch maar 240 BF.  Toch wijst dit erop dat het geen pure gastvrijheid was, maar wel een manier om alweer geld te ontfutselen van de onwetende toerist en dit wel op een vrij originele en waarschijnlijk nieuwe manier, want Lonely Planet schrijft er niets over.
De koetsier brengt ons terug naar het hotel.  Het normale tarief voor een koetsrit is 5 pond per uur.  Onze koetsier vraagt 50 pond voor een half uur en dit wordt me te veel.  Hij geeft niet af en ik stuur Bert weg om de tourist police erbij te roepen.  Bert vertrekt ook effectief met dit doel en plots trekt de koetsier zijn kak in.  Ik  moet ineens niets meer betalen en hij zegt dat ik Bert vlug moet terugroepen.  If tourist police come I get arrested and I have three children.  Ik geef hem toch wat geld omdat we tenslotte toch met zijn koets meereden en we zijn zelf geen bandieten.  Ik roep Bert terug en alles is opgelost.  Zijn dit de ‘magic words’ om de oplichters af te schrikken ?

Schoenpoetsertje met op de achtergrond de Luxor tempel


20-12 :DE OASE
Vroeg in de morgen verlaten we Luxor met een bus, die ons na een lange dagrit naar de Kharga-oase moet brengen.  Het is een oase in de Libische woestijn, zo’n 240 km westwaarts van de Nijl.  Pas in de late namiddag verlaten we de Nijlvallei, waarna we onmiddellijk in de woestijn zitten.  Niks groen meer, alleen zand en stenen.  Ongeveer 2 uur na zonsondergang komen we aan in de oase.  Het is wel donker, maar toch zien we de dadelpalmen her en der verspreid.
We nemen een simpel hotelletje, een restaurant is er niet.  We gaan dus elders op zoek naar eten en onderweg op straat worden we wel als marsmannetjes aangestaard, maar niet meer lastiggevallen.  We zijn precies in een ander land nu en het doet me sterk denken aan Indonesië, dat ik afgelopen zomer bezocht.
In een zo te zien leeg hotel vinden we een restaurant waar we kunnen eten, als we een half uurtje geduld hebben.  Men opent speciaal voor ons de keuken en we eten sober, maar lekker.  Vooreerst op onze reis betalen we minder dan de prijs die Lonely Planet aangeeft.  Eerlijke mensen, bestaan ze hier dan toch ?
En vriendelijk zijn ze ook ! We keren terug naar ons hotel en op straat lopen vele mensen, maar toch één en al rust en vreedzaamheid.  Een oase wordt in tekenfilms en stripverhalen vaak voorgesteld als een rustgevend en lieflijk oord, temidden van een harde en onleefbare wereld.  Wel, deze oase voelt bij ons ook zo aan.  Een échte verfrissing in de drukte van de vorige dagen.  Het respect voor de bevolking is weer een klein beetje gestegen, want het zat diep in de rode cijfers.  Net op tijd, want we waren bijna racisten geworden.  Maar binnen enkele dagen komt Caïro eraan…

21-12 :DE EENZAME BEWAKER
Wa slapen uit, eten een sober ontbijt en gaan dan te voet op pad.  We verlaten de oase en gaan naar de ruïnes van Bagawa, die net buiten de oase liggen.  Het zijn overblijfselen van graftombes van de eerste Christenen die hier zaten (400 tot 600 na Chr.).  Afgezien van een bewaker zijn we er alleen.  De bewaker spreekt weinig Engels, maar geeft ons toch wat uitleg over de tombes en de muurschilderingen.  Hij blijkt meer te weten over onze godsdienst dan wijzelf.  Abraham, Mozes en zijn Ark kennen we ook wel, maar hij noemt nog namen van Bijbelse figuren op waar wij nog nimmer van gehoord hebben.  De ruïnes met een azuurblauwe hemel op de achtergrond leveren enkele mooie foto’s op.  Vandaag begint de winter en ‘t is hier 25°C !

Oude stenen...


 

In de buurt ligt de ruïne van an-Nadura, gebouwd in 138 na Chr. Door de Romeinse keizer Anthonius Pius met als doel het beschermen van de oase.  Veel schiet er niet van over, maar boven op de heuvel hebben we wel een mooi uitzicht over de oase, omgeven door de woestijn.  De bewaker kan helemaal geen Engels, maar met gebarentaal probeert hij toch wat uitleg te geven.  Daarom krijgt hij van ons een fooi en hij nodigt ons uit om zijn verblijfplaats te bezoeken.  Een aarden hut die zielloos en alleen op de kale heuvel staat.  Dag in, dag uit moet hij hier de wacht houden en geen kat die het monument komt bezoeken.  Hij laat ons wat zelfgetekende schetsen zien, waar hij bijzonder fier op is.  Het zouden kindertekeningen kunnen zijn.  Tijdverdrijf van een man met een eenzaam en eentonig beroep.  We verlaten deze vreedzame en vriendelijke bewaker.
Terug in de oase zijn we er nu van overtuigd dat dit een heel ander Egypte is dan dat in Luxor en Aswan.  De kinderen zeggen ‘Hello’ en ‘What’s your name ?’ en ook de jeugd en de volwassenen zeggen belangeloos goeiedag of lachen eens.  Een plek die nog niet bedorven is, maar wat als het toerisme zich verplaatst naar hier ? We zijn precies de 2 enige blanken in de hele oase.  De hotels staan allemaal leeg, het lijken wel spookhuizen.  We gaan terug eten in het hotel waar we ook gisteren aten en weer zijn we er alleen.
Morgenvroeg reizen we door naar Dakhla, een nog kleinere oase op 3 uur westwaarts van hier.  Zullen we Frank en Brigitte weer tegenkomen ?

22-12 :ANTOINE EN CELESTIN
Door een maanlandschap rijden we van de Kharga- naar de Dakhla-oase.  In het hotelletje met de vriendelijke eigenaar Mohammed Ali ontmoeten we drie Fransen en een Japanse.  Met ons zessen nemen we de service-taxi naar het nabijgelegen Al-Quasr.  We bezoeken er een oud stadje, waar een plaatselijke gids ons de mooiste plekjes van het nu niet meer bewoonde dorp laat zien.  De oudste Fransman en de Japanse zijn we al vlug kwijtgespeeld.  Ze zijn verdwenen in de donkere steegjes van het sprookjesachtige dorpje.  Het zou een mooi decor zijn om een film op te nemen.
Na het afscheid met de sympathieke gids gaan we eten met de twee resterende Fransen.  Het zijn allebei jongens die om hun legerdienst te ontlopen, vrijwilligerswerk komen doen in Egypte.  Ze delen een flat in Caïro, waar de ene, Antoine, aan de metro werkt en de andere, Celestin (die in Frankrijk pater is), Franse les geeft in een school voor rijke kinderen.  Beiden wonen reeds lange tijd in Egypte en spreken al een aardig woordje Arabisch.
We gaan samen de woestijn in om er naar de zonsondergang te gaan kijken.  Aan de rand van de oase, tussen de dadelpalmen vind ik een wilde wandelende tak.  Vroeger had ik ze thuis in een terrarium, maar op al mijn verre reizen kwam ik ze nog nooit in het wild tegen.  Nu dus wel !
Vanop een heuveltop kijken we toe hoe de zon ondergaat, hierbij genietend van de pastelkleurige rotsen met hun kleurverandering en de absolute stilte van de woestijn.
 

De zon zien zakken in het zand


 

Antoine en Celestin nodigen ons uit om mee te gaan eten bij een Egyptische leraar Frans, die ze gisteren ontmoet hebben.  We worden ontvangen bij die mensen.  De leraar en zijn 4 broers zijn heel gastvrij.  Het is duidelijk een rijkere familie, allen studeren of hebben dit gedaan.  Scholing is zeer belangrijk in dit (en elk ander arm) land.  Allen zijn heel ambitieus in hun job of studie.
Er wordt Frans gepraat en ik verschiet ervan hoeveel ik nog versta.  Al mijn kennis van het Frans is wat nog rest van de middelbare school.  Met Celestin, die maar weinig Engels spreekt, praat ik ook in’t Frans de hele dag.  Een goede training !
De Egyptische leraar Frans heeft vorig jaar Parijs bezocht en is daar bijzonder fier op.  Liefst van al zou hij daar gaan wonen en werken, maar eenvoudig is dat niet voor een Egyptenaar.  Om toch connecties met Frankrijk te hebben, wil hij heel graag contact houden met Antoine en Celestin en hij vraagt hun adressen.
Het arme gezin in Luxor aan het begin van onze reis, had graag een fooi van ons na ons bezoek.  Dit rijkere gezin wil graag onze adressen.  Maar is dit in wezen niet hetzelfde ? Al wat ze doen, doen ze om er op één of andere manier zélf voordeel uit te halen.  Maar zijn we zo niet allemaal een beetje ?
 
 
 
 

23-12 :JANSEN EN JANSENS
We wandelen door het oude dorpje van Mut, dat kortbij ons hotel ligt en we zien hoe armzalig de mensen er wonen.  Huisjes gebouwd met stenen die van modder gemaakt zijn.  Maar vriendelijk zijn ze allemaal ! ‘Hello, what’s your name ?’, brullen de kinderen, die ondanks de armoede toch gelukkig zijn.
We verlaten de oase en gaan op zoek naar de omliggende zandduinen van de Libische (of Westelijke) woestijn, die deel uitmaakt van de onmetelijke Sahara.  We zijn gek, want we wagen ons in de brandende hitte van de zon in deze grote zandbak, zonder water bij te hebben.  Onze eigen voetsporen zijn onze enige zekerheid om niet verloren te lopen.  Na enkele kilometers in de ‘sand dunes’ maken we rechtsomkeert, want de dorst komt op.  In de verte zien we wel grote plassen water, maar we weten beiden dat dit de beruchte fata-morgana’s zijn en we wanen ons Jansen en Jansens uit het boek ‘Het Zwarte Goud’ van Kuifje.  We zijn ook op onze hoede voor drijfzand, want dat schijnt hier wel op sommige plaatsen aanwezig te zijn.  Maar we vinden de weg terug tot aan de oase en in een winkeltje voor ons hotel kopen we een fles van 1,5 liter Pepsi cola, die we met twee binnen de drie minuten ledigen.
Platte rust nu, en ik schrijf de samenvatting van gisteren, waarna ik alleen het dorp in trek om nog wat foto’s te maken.
Op het dak van ons hotel gaan we naar de zonsondergang kijken en voor het eerst valt mij op dat de planeet Venus al zichtbaar is, nog voor de zon begint onder te gaan.  Bij zonsondergang verschijnen plots honderden witte reigers, die neerstrijken in de dadelpalmen van de oase.  Een prachtig zicht !
Lekker eten in het hotel en we worden vergezeld van een Australiër uit Perth, die voor zijn thesis in Egypte is om er architectuur te bestuderen.  Wat een vriendelijke mensen toch, die Australiërs !
Gisteren praatte Bert met Zakaria, de broer van de Egyptische leraar Frans.  Hij zou zo graag eens naar Europa op vakantie komen en nodigde ons vandaag terug uit.  Bert is er alleen naartoe, terwijl ik mijn relaas vervolg…
Morgen zullen we proberen een bus naar Caïro te pakken te krijgen en we zijn een beetje nerveus voor de drukte in de grootste stad van het Afrikaanse continent.  Maar de Australiër, die al lange tijd in Egypte zit, stelde ons gerust.  ‘Caïro is not so bad as Luxor.  If you survived Luxor, you can take anything…’
 

Het einde is nabij...


 


24-12 :KERSTAVOND IN CAÏRO
Heel vroeg in de morgen nemen we de bus naar Caïro via nog twee oases (waarvoor ons de tijd ontbreekt om er halt te houden).  Urenlang niets dan zand ! We naderen Caïro en zien plots aan onze linkerkant de 3 piramides van Gizeh oprijzen.  We rijden er vlak langs en zien al wat een gigantische bouwwerken het zijn.  Morgen zullen we ze uitvoeriger bezoeken.
De bus zet ons af in het hartje van de hoofdstad, waar we een hotelkamer nemen.  Uitgehongerd zijn we, want we zijn reeds 12 uur op en we hebben nog geen beet gegeten, maar op een kleine kilometer van ons hotel ligt een McDonalds.  U raadt al wat onze volgende stappen zijn…
Omdat het vandaag kerstavond is, gaan we in een western-style bar een pintje drinken.  Op de achtergrond horen we zowaar, zij het oude, kerstmuziek.  Kerstmis wordt hier niet gevierd en in de straten is er dan ook niets van te merken.  Enkel in de westerse hotels, bars en ook in de McDonalds is hier en daar wel een klein kerstboompje te bespeuren.
In Caïro is bijzonder veel lawaai en dan vooral van het verkeer.  Auto’s claxonneren dag in , dag uit.  Ononderbroken.  Wanneer ik ‘s nachts half slaap en half wakker ligt, lijkt het lawaai buiten in de stad op een groot symfonieorkest dat in een kakafonie is vervallen.

De piramides van Gizeh


 

25-12 :HET PLATEAU VAN GIZEH
Te paard hobbelen we over het plateau van Gizeh, met op de achtergrond de majestueuze piramides van Cheops, Chefren en Mycerinos.  Het zijn de enige overlevenden van de lijst van Zeven Wereldwonderen, opgesteld door de Grieken.  De piramides werden zo’n 5000 jaar geleden gebouwd als koningsgraven.  Ze hebben dezelfde positie ten opzichte van elkaar als de 3 sterren van de riem van Orion in het sterrenbeeld Orion.  De piramide van Cheops (de grootste) en die van Mycerinos (de kleinste) zijn ook van binnen te bezichtigen.  De middenste, die van Chefren, is tijdelijk gesloten voor restauratie.  We betreden de binnenkant van de piramide van Mycerinos door een enge gang, die 30 meter lager in een kamer uitkomt.  We dalen verder af door weer een enge gang en komen uit in de tombe waar de mummie van Mycerinos lag.  Alles is nu uit de tombe leeggehaald en ligt ook in het Egyptisch museum in downtown Caïro.  In de tombe zien we dat de wanden gemaakt zijn uit gigantische stenen, die perfect op mekaar passen.   Men krijgt er geen speld tussen.  Cement werd niet gebruikt.
Terug buiten maken we een wandeling rondom en tussen de 3 machtige bouwwerken.  In de verte zien we nog verschillende piramides liggen, ver weg van het plateau van Gizeh.  We bezoeken ook de sfinks, die kleiner blijkt te zijn dan we verwacht hadden.  Op de terugweg worden we voor de zoveelste keer aangesproken door een man te paard.  You want to ride horse ? Only 10 pounds ! OK, because you’re my friend…8 pounds.  Bert laat zijn amulet van het leger zien aan de kerel en vraagt :’You want to buy this ? 20.000 pounds.  Good price ! No ? OK, 10.000 pounds then.’  De man weet geen raad, lacht eens verlegen, zegt no en druipt vervolgens af.  Hebben we hier een tweede manier gevonden om opdringerige mensen af te schudden ?
We begeven ons te voet naar nog een mooi uitkijkpunt op de piramides, nemen de laatste foto’s en gaan dan per microbus terug naar het hotel.  Nu ik de piramides van buiten en van binnen gezien heb, ben ik overtuigd van mijn vermoeden dat ik reeds jaren heb.  They are not of this world !
‘s Avonds bel ik met Berts GSM naar het kerstfeestje bij tante Marie en nonkel Jerom.  Een licht aangevezen vader, moeder en tante Marie krijg ik aan de lijn.  Op de achtergrond hoor ik duidelijk dat het daar, zoals elk jaar trouwens, weer bijzonder gezellig is.  Ik heb wel een beetje spijt dat ik daar nu niet aanwezig ben.  Ons ‘kerstfeest’ gaat er iets minder gezellig aan toe, want het is nog altijd Ramadan hier en dus buiten de bars is er nergens een glaasje te vinden.  Maar we vullen de avond op met een spelletje ‘Wie ben ik’ in het hotel.  We moeten roeien met de riemen die we hebben…

Bert en ik te paard op het plateau van Gizeh


 

26-12 :TERUG IN HURGHADA
Vandaag is het de laatste dag van de Ramadan.  We nemen de bus terug naar Hurghada, waar ons vliegtuig ons afgezet had en vanwaar het ons vrijdag terug naar België zal brengen.  Onderweg rijden we langs de kust van de Rode Zee.  Aan de overkant zien we Sinaï, een schiereiland dat tot Egypte behoort, maar dat officiëel in Azië ligt en niet in Afrika, zoals de rest van Egypte.  Het Suez-kanaal vormt de grens tussen beide continenten.  Het Suez-kanaal is de grootste bron van inkomsten voor Egypte.  Het toerisme komt op de tweede plaats.
Hurghada is een super-toeristisch stadje, waar veel toeristen een week of langer komen snorkelen of duiken of gewoon zonnebaden.  Het stadje doet zeer Europees aan en wie enkel Hurghada bezoekt, heeft een totaal verkeerd beeld van het echte Egypte.  We sluiten de dag af in de Peanuts bar met een glaasje Sakara, het lokale bier en keren vervolgens naar Alaska (ons hotel welteverstaan en niet de Amerikaanse staat) terug.

Zonsondergang gezien vanop de bus naar Hurghada


 


27-12 :EEN DODE DAG
Een verkenning te voet van Hurghada maakt ons duidelijk dat Lonely Planet geen onzin verkoopt.  Er is inderdaad niet veel te zien in deze artificiële stad.  Buiten souvenirwinkeltjes met prularia, hotels en restaurants (voltooid of in aanbouw) is hier niet veel.
Ik houd platte rust en Bert krijgt platte kak.  We spelen weerom een spelletje ‘Wie ben ik, wat ben ik of waar ben ik ?’.  We gaan eten tegenover ons hotel en roken een waterpijp.  Het eten was wel lekker, maar niet genoeg en we gaan snoep kopen om het geld op te krijgen en de resterende holtes op te vullen.  Ik koop sigaretten en bier en terug op ‘t hotel houden we een roddelavond.  De pillen van Janssen blijken (uiteraard) te werken, volgens Bert.  Al geluk, want de 4 rollen WC-papier (2 elk) die we bijhebben, zijn bijna opgekakt.  We zijn het beiden eens dat we verlangen naar huis.  Het was tof, but there’s no place like home…
 
 

28-12 :HET LAATSTE GELD
We bezoeken het aquarium van Hurghada, dat hier gebouwd is om mensen zoals wij, die liever met hun voeten op het droge blijven toch ook een blik te gunnen op de prachtige onderwaterwereld van de Rode Zee.  Groot is het aquarium niet, maar ook niet duur en het herbergt toch een mooie collectie van tropische, fel gekleurde vissen.
We drinken iets in het Cheers café op’t terras en duiken vervolgens een souvenirwinkeltje binnen, want het laatste geld moet op.  Ik koop 2 vellen papyrus voor moeder en kan de prijs delen door 4 !
We gaan eten en voor mijn laatste 24 pond koop ik een beeldje van Toetanchamon en 2 flessen Stella.  Het geld is op en morgen vliegen we naar huis ! Het budget van 30.000 BF (vlucht inbegrepen) dat we vooropgesteld hadden, is niet overschreden.
 

29-12 :EEN SPANNENDE THUISKOMST
Iemand van ons hotel brengt ons met zijn wagen naar de luchthaven van Hurghada.  We zijn goed op tijd en als we het luchthavengebouw binnengaan, zitten er slechts 2 mensen te wachten.  En we kennen ze toch wel zeker ! Het zijn Frank en Brigitte, die ons lachend begroeten met ‘Bert en Ernie’.  Het loket is nog niet open en we wisselen weerom onze avonturen in Egypte.
We stappen op het vliegtuig, dat nu wel helemaal vol zit.  Na het opstijgen werpen we nog een laatste blik op Hurghada met zijn diepblauwe kust en rotswoestijnen omgeving.
We vliegen boven Caïro en de piloot roept te laat af dat we de piramides kunnen zien.  We zijn er reeds voorbij.  We vliegen boven Turkije, waar een flink pak sneeuw ligt.  Boven de Balkan hangt een dik pak wolken en zo ook boven Brussel.  Men roept af op het vliegtuig dat het sneeuwt in Brussel.  We duiken in een immens dik wolkenpak en zien niks meer.  Het wordt muisstil op de vlieger en wanneer we een half uur na het normale landingstijdstip nog steeds niet op de grond staan en nog steeds 0% zicht hebben, is de ongerustheid te lezen in de ogen van vele passagiers.  De cockpit stelt ons gerust en zegt dat door het slechte weer vele vliegtuigen moeten wachten om te landen en zo ook wij.  We horen de wielen uitklappen en plots zijn we onder het wolkendek en zien we de lichtjes van Brussel.  Kort daarna staan we veilig en wel aan de grond en de piloten krijgen een gemeend applaus.
We nemen afscheid van Frank en Brigitte en broer Jan staat reeds op ons te wachten.
We zijn van de zomer naar de winter gevlogen, van 25°C naar 0°C.  We zijn dus 25°C kwijtgespeeld, maar een onvergetelijke ervaring rijker…
 

Yves Van Roosbroeck
December 2000