Berlijn – Praag

 

11 – 20/07/2008

 

Onlangs kwam ik via een louche figuur in het bezit van enkele manuscripten betreffende een fietsreis van een aantal jonge mannen met hun roots in de Kempen. Zelf was ik toen ook nog een van die jonge mannen…Het is een verhaal over doorzettingsvermogen, moed, volharding en iets met kaarten. Het speelt zich af in juli van het jaar 2008  en het is met tranen in de ogen dat ik deze avonturen nu aan het papier toevertrouw.

 

Jaak,

Augustus 2008, Antwerpen

 

Voorafgaand

 

Aan het begin van het jaar hadden we nog geen gedacht waar we tijdens de zomer naartoe zouden gaan voor onze jaarlijkse fietsreis. Tijdens een gestructureerde en ordentelijke vergadering in ons stamcafé werd dan al snel besloten om vanuit Berlijn richting Praag te rijden. Niet onze grootste uitdaging ook, maar we mogen niet vergeten dat Duitsland en Tsjechië bierlanden zijn, zodus

 

De hoofdrolspelers in dit verhaal:

 

Jakke:

 

 

Man met een zekere rijping, soms misschien iets te overrijp en gedraagt zich dan als oude man/wijf. Tijdens een fietsreis werkt zijn metabolisme voor 200%. Zijn thermostaat is hierdoor steeds naar de vaantjes, een probleem waar de dokters kop noch staart aan krijgen.

 

Krikke:

 

 

Ancien van den hoop. Is schul op zichzelf. Het is man met vooral weelderig beenhaar. Samen met Benny de koploper in ‘het half uit-elkaar-hangen’.

 

Max:

 

 

Man met geen beenhaar! Is dan ook zeer in trek bij de andersgeaarden van het mannelijke geslacht! Ook wijzelf hebben ons menigmaal moeten inhouden.

 

Benny:

 

 

‘De man met de kar’. Was er van overtuigd dat fietsen met een karreke veel gemakkelijker was. Had ongeveer alles bij dat een gemiddeld huishouden meeneemt voor 4 weken Spanje. Slaapt ook steeds poedelnaakt. Als je hem veel te eten geeft, geeft hij warmte af.

 

Jaak:

 

 

De schrijver van dit verhaal. Is trots dat hij met zo nen hoop geletterde en gedistingueerde mansmensen op stap mocht gaan. Is steeds hoffelijk en beleefd. Sliep in een tent bij poedelnaakte Benny en zou hiervoor eigenlijk wel wat meer erkenning mogen krijgen.

 

Boris:

 

Is eigenlijk slechts een achtergrondpersonage. Ging normaal gezien mee, maar had zich van week vergist. Boris is een speciaal figuur, zowel letterlijk als figuurlijk. Had mee voor extra ranzige noot kunnen zorgen.

 

Laat het duidelijk zijn dat dit een hoop snullen zijn die slechts oog hebben voor 3 zaken: Praag bereiken met de fiets, bourgondisch leven en overgaan TOT DE ORDE VAN DE DAG!!!

 

 

Vrijdag 11 juli 2008: Start van de reis

 

We vertrokken met de nachttrein vanuit Brussel. Benny, Max en Jakke vertrokken vanuit Berchem. De Krikke en ikzelf vertrokken vanuit Antwerpen-Centraal. Het begon ons toen al te dagen dat Boris zijn kat zou sturen aangezien hij in geen velden of wegen te bekennen was. Aangekomen in Brussel was er ook geen Boris te zien, het zou een groot gemis worden…

 

Toen we aankwamen in Brussel hadden we nog ongeveer een half uur de tijd om voor onze basisuitrusting voor op de trein te zorgen: bier! Krikke, Jakke en ikzelf begonnen het station af te speuren naar het gouden vocht. De Jakke was zo gestresseerd dat hij zelfs bijna een hond verpletterde onder zijn voeten. Toen we een automaat tegenkwamen hebben we deze dan ook maar leeggekocht. Bier hadden we dan al genoeg.

 

Een nachttrein is een zeer eigenaardig iets, om het  niet direct een marginale aangelegenheid te noemen. Je moet maken dat je erop zit en dan moet je het maar zelf uitzoeken. Wij hadden een coupé die we moesten delen met nog een persoon. Het was er krap en onze bagage geraakte er amper binnen. We besloten dan maar om voor de eerste keer tijdens deze reis de kaart van het bier te trekken. We dronken er eerst één van onze eigen blikken (Maes, ½ liter) en hierna gingen we naar de restauratiewagen. Ook al omdat onze twee hongerige beren, Benny en Krikke, honger hadden. Dit fenomeen zouden we dra van naderbij leren kennen.

 

In de restauratiewagen begonnen we aan een waar drankfestijn, iets wat we op voorhand ook al duidelijk gesteld hadden te doen. Het eigenaardige aan dit soort trein is dat er heel wat mensen zijn die gewoon een ticket kopen zonder een slaapplaats te voorzien. Precies alsof je de trein van Heist naar Antwerpen neemt, maar dan iets langer.

Zo zaten er in de restauratiewagen, naast een hoop marginalen (hoogstwaarschijnlijk werkloze hippies), ook een bende bejaarde Amerikanen. Ik bedacht mij dat ik op die leeftijd toch liever ergens een ‘pozeke’ zou willen doen dan hier in het licht heel de nacht te zitten. Uit medelijden hebben we dan maar de Amerikaan die vlakbij ons zat een pint bier gegeven, die mens kon daar toch niet zomaar werkloos blijven zitten terwijl wij aan onze inpilzing waren begonnen. Zijn vrouw vroeg hem achteraf: “Echt maar ene gedronken ?” Blijkbaar vertrouwde ze het niet echt.

 

Ons tafeltje tijdens de ‘inpilzing’.

 

Om 4 uur zijn we dan maar wat gaan slapen, al was dat niet om te lachen. Niet in het minst omdat de Jakke persé zijn schoenen wou uitspelen… Het was een dorre nacht.

 

 

Zaterdag 12 juli 2008: En route!

 

Rond 8 uur ’s morgens kwamen we aan in het Hauptbahnhof te Berlijn. Lijf en lendenen deden nog zeer van de voorgaande nacht, maar niks aan te doen. Toen we het gordijntje van onze coupé open deden bleek daar op die 4 uur tijd een Chinees gegroeid te zijn. Dat verklaart dan ineens waarom die met zovelen zijn.

 

Aan het station hebben we eerst iets in onze ‘goemmer’ geslagen. Nu, we hadden tijd want Benny moest zijn karreke nog installeren. Aangezien dit blijkbaar een werk van lange adem was had hij nog niet gegeten en dus moesten we nadien nog wachten op den Benny. Maar we hadden tijd, dat was al iets.

 

Na den Benny zijn hemeltergend trage maaltijd zijn we op onze fiets gesprongen op zoek naar een kampplaats in Berlijn. Onderweg hebben we de Reichstag en den Brandenburger Tor gezien, beelden bekend van ongeveer 60 jaar geleden.

 

 

Het gezelschap voor de Brandenburger Tor.

 

Hierna zijn we naar de camping gereden. Deze was eigenlijk vlak aan het station gelegen, maar het bleek wel een hippiecamping te zijn, iets waar Max problemen mee had… en eerlijk gezegd wij allemaal. Het was precies dat ze daar iets te compenseren hadden.

 

Eerst stelden we onze tenten op. We hadden er drie bij voor 5 man. Ook de Krikke had een tent bij. Je zou deze tent zelfs een joekel kunnen noemen, in de voortent alleen al kon je met 3 personen slapen. Nu sliep het karreke van den Benny er echter in.

 

Nadat we onze tenten hadden opgesteld en eens met Boris hadden gebeld (die zich dus van week vergist had) gingen we dan maar eerst ene drinken. Aan de camping was een gigantisch leegstaand zwembad waar ze wat vlaggen en goaltjes hadden ingestoken. Boven op de tribune was een bar en daar moesten we zijn. Aangezien we met nog wat zeer in het lijf zaten hebben we ons hier beperkt tot cola, fruitsap en water, het was nog een lange dag. Ze speelden in deze bar van die irriterende zweverige ‘muziek’, lounge of zoiets. Persoonlijk luister ik nog liever naar de paringsdans van een bronstige buffel dan dat ik naar deze geluiden nog eens moet beluisteren. Max kreeg het weer lastig en ons gesprek ging al snel over ‘vuile linkse ratten’ en dergelijke.

 

We besloten om een stuk van Berlijn met de fiets te bezichtigen, we hadden die toch bij. Benny had speciaal voor deze reis tenuekes laten maken met bedrukking van Het Pleintje, ons aller stamkroeg. Het leek ons dan ook niet meer dan normaal om deze aan te doen tijdens onze trip door Berlijn. De Krikke vond dat weer teveel werk en hield zijn gewone kledij aan. Het was dan ook helemaal geen zicht, wat moeten de Berlijners wel niet van dit vreemde individu zonder tenueke aan gedacht hebben?!?

 

 

De tenuekes.

 

Onze fietstocht ging door West- en Oost-Berlijn. Zo zagen we stukken van de muur, de Alexanderplatz en Checkpoint Charlie, waar de Max direct meer aandacht had voor reclame van Balzac-koffie. Wijs als we zijn hebben we daar maar niet van gedronken, ge weet maar nooit waar ze die koffie van maakten.

 

In een Amerikaanse bistro zijn we een hamburger gaan eten. Een gigantische schotel en lekker, maar achteraf bekeken had ik er beter niet van gegeten. Toen we hierna een beetje horizontaal gingen liggen werd ik zo mottig als een krab en heb ik die nacht tot viermaal toe moeten spauwen. Ene keer zelfs vlak voor mijn tent, waar den Benny ook in gelegerd was. Waarschijnlijk had ik een voedselvergiftiging, waar ik toch nog wel wat last van heb gehad tot de woensdag.

 

Terwijl ik op sterven na dood was zijn de mannen dan maar Berlijn ingetrokken in de hoop in het nachtleven te verzeilen. Want uiteindelijk zeggen ze toch altijd dat Berlijn de hoofdstad is van het nachtleven in Europa? Blijkbaar hebben de mannen dan toch tegenslag gehad, want er was niets te zien. Ze vroegen het aan een voorbijganger: “Waar is er hier iets te beleven?” “Maar overal” was zijn antwoord. Niks dus…

 

Ze hebben dan maar hun weg terug gezocht naar de camping met de metro. Uiteraard had de Krikke deze net gemist, zo kennen we hem!

 

Kiwi-eterteller: 17 km

 

 

Zondag 13 juli 2008: Van Berlijn naar Lehnin.

 

Na een helse nacht werd het tijd om onze weg aan te vatten richting Praag. We vertrokken richting Potsdam via Wansee. Hiervoor moesten we de R1 Radweg volgen. Het eerste stuk was schitterend van natuur en het weer was hier ook nog goed. Onderweg hebben we iets gegeten bij een bakker, al was dat bij mij met lange tanden. In Potsdam zijn we iets gaan drinken, het weer werd wat donkerder en we besloten dan ook maar om koffie en thee te drinken zoals echte oude wijven. De garcons waren van het irritant grappige type (“de tour de France is in de andere richting!”). Terwijl wij rustig van onze warme drank aan het “genieten” waren viel het ons ook op dat Benny lang op zich liet wachten. Toen we terug buiten kwamen zagen we direct waarom: den Benny had een dikke stalen ketting bij van 3 meter om zijn fiets en karreke mee vast te hangen. Hij had dan ook maar ineens de fiets van de Krikke mee vastgehangen. Benny was er echter van overtuigd dat 3 meter nog net iets te weinig was, 4 meter had beter geweest.

 

Toen we, nadat de ketting terug in het karreke zat, terug vertrokken begon het wat harder te regenen en het zag ernaar uit dat dit nog wel een tijdje zou blijven duren. Vlak voor een brug moesten we naar rechts de eerste zandweg op voor die dag. De Krikke schoof onderuit en viel op zijn knie. Ondanks de beschermende haarlaag was er toch een bloedende wonde waar te nemen. Gelukkig had de Benny zijn karreke ook nu weer een verrassing in petto: een EHBO-zakje met flesjes zuurstofwater!

 

Na de verzorging met zuurstofwater vertrokken we verder. Aangezien het bleef regenen deden een aantal onder ons beschermende kledij aan over hun schoenen, anders werden ze drijfnat. Toevallig hadden de Krikke en ikzelf dezelfde prachtexemplaren van schoenovertrekken. Van vrouwen zouden we al geen last meer hebben…

 

 

Max wijst de overtrekken aan.

 

De tocht over de zandwegen was lastig, smerig en vuil. We besloten een slaapplaats voor de nacht op te zoeken. Er werd even getwijfeld over een pension, maar het weer klaarde wat op en dan was een camping zeker zo goed. En die camping vonden we ook, in een dorpje genaamd Lehnin. De camping lag aan een meer en in de prijs was een douche van 3 minuten inbegrepen! Zelden zo proper geweest! We kochten ons daar een bak bier om de avond goed door te komen.

 

Er werden hier maar twee tenten opgesteld aangezien het nu wel zeker was dat Boris niet meer ging afkomen. Op zich is dit geen belangrijke anekdote, ware het niet dat er nog een hilarische ambras was tussen de 3 bewoners van de Krikke-tent (Jakke, Krikke en Max) en den Benny. Deze laatste was namelijk van plan om zijn karreke opnieuw in de voortent te installeren. Ik had mezelf al aan het meer op mijn stoeltje gezet, maar ik hoorde vooral de volgende kreten: “Alléé jo” (Jakke), “Benny neeje” (Krikke), “SNUL” (Max), “Jomoo manne” (Benny). Mooie tijden…

 

 

Plaats van de discussie en het karretje.

 

Aan het meer hadden we het over het slechte weer van die dag en de smeerlapperij die nu overal hing. Na een lange discussie en redevoering kwamen we tot het besluit dat het allemaal de schuld was van Luc Cortebeeck met zijn vuile ringbaard. Smerige vakbond.

 

Dagteller: 70 km

 

 

Maandag 14 juli 2008: Van Lehnin naar Wittenberg

 

’s Morgens moesten we eerst naar de winkel om rantsoen te kopen. Dit deden we in een plaatselijke Aldi en eten deden we op een pleintje vlakbij de winkel. Er was veel te veel eten: worsten, chips, vlees, Kartoffelnsalat,… Alleen de champagne ontbrak nog.

 

Nog steeds de R1 volgende reden we via Golzow naar Wittenberg. Wittenberg ligt aan de Elbe en we gingen de volgende dagen de Elbe-route volgen.

 

Het was een knappe route langs de R1. Het deed ons wat denken aan de Vlaanderen-fietsroute van vorig jaar, toen we in de Limburg zaten. Alleen was dit landschap gigantisch uitgestrekt. Allemaal zeer mooi, maar een café ziet ge er niet.

 

Op den duur kwamen we aan een dorpje, Raben. Het enige café in het dorp was gesloten en we waren dus verplicht om een bankje te zoeken om te picknicken. Het bankje vonden we voor de plaatselijke brandweerkazerne. De hoofdweg in het dorpje was precies nog niets verandert sinds de tijd van de Romeinen. We hebben er wat vogelzangzaadkoekjes en oude pruimen gegeten. Voor we het wisten zaten er ook effectief een aantal oude pruimen een beetje verderop voor hun voordeur. Elke 4 minuten kwam er een nieuwe bij. Ongetwijfeld hadden ze ook gezien dat er mannelijk schoon in het dorp was aangekomen. Net op tijd wisten we het dorpje te ontvluchten.

 

Aangezien er toch nergens een café te bespeuren was zijn we in één trek doorgereden naar Wittenberg, thuishaven van Maarten Luhter (Loeter). In het toch wel idyllische stadje hebben we een pint of twee gedronken, Weißbier natuurlijk!

 

Toen we er op het terrasje zaten kwam er een kleine, oude Skoda aangereden met daarin een geweldig dikke Duitser en zijn vrouw. Op zich al zeer goede reclame voor Skoda. De man haalde een paar papieren boven en begon aan een redevoering. Binnen de kortste keren stond er al wat volk rond. Het was echter wel duidelijk dat het hier hoogstwaarschijnlijk om een minderheidspartij ging. Niet alleen omdat het maar weinig volk was, maar ook omdat er met het volk dat er dan stond iets mis was. Het was precies een hoop snullen op een plein. De dikke Duitser had nog een andere spreker meegebracht en deze man zijn manier van spreken deed ons verdacht hard denken aan een Duitse dictator van enige tijd terug.

 

 

Terrasje in Wittenberg.

 

Na dit schouwspel, en ook wel wat omdat het café zijn deuren ging sluiten, gingen we op zoek naar een camping. Deze vonden we vlak aan de oever van de Elbe, veel dichter dan we hadden verwacht en beter konden we niet zitten. De Max zijn echte naam is Maarten en toen de dame achter de receptie dat hoorde werd ze helemaal gek: “Aah Maarten”! En de Max: “Jawel, Maarten Loeter”. Uiteraard wist de dame het niet dat wij het over een heel ander soort loeter hadden dan hun stadssymbool. We konden dus ook zonder enig probleem een bakje bier kopen om de avond goed door te komen. We kregen een mooi paloesje gras toegewezen waar we onze tenten konden opstellen. Gedurende de ganse tijd dat we hiermee bezig waren stond er nen dikke vent met een snor naar ons te kijken. Hij zag er om de één of andere duistere reden niet goed gezind uit. Waarschijnlijk was hij gewoon jaloers op ons.

 

Tijdens de maaltijd viel ons een smerig en krikkel tentje op aan de rand van het veld. Iets later kwam er een Amerikaan van 80 jaren oud op ons afgestapt en begon een hele uitleg. Eerst hadden we schrik dat het ‘grandpa Simpsongewijs’ een heel gezaag ging worden (een ‘NOOOOOOOH’ zat al klaar), maar het was best interessant. Die mens was, met de fiets, een hele weg aan het afleggen door Oost-Duitsland. Onderweg bleef hij steeds bij mensen van de streek slapen. Hij nam er ook zijn tijd voor, want ik geloof dat hij pas terug naar New York ging in september. Een geweldig staaltje doorzettingskracht, als je het ons vraagt. Al die tijd zat zijn vrouw gewoon thuis in New York en elke zondag belde hij haar eens. Het leven zoals het zou moeten zijn… Hij was echter ook wel door ons, jonge honden, gefascineerd geraakt. We waren aan het koken en hij kon er niet aan uit dat wij in groep voor elkaar kookten. “Is this some kind of community? I’ve never seen anything like this…” Het moet toch zijn dat we indruk maken op de mensen. Hij kende ook wel wat van vliegtuigen getuige de volgende uitspraak: “Flying an airplane is a lot like riding a bike. The Wright brothers were bicycle repairmen…” Iets later werd hij moe en in welk tentje kroop hij? Juist, het gore tentje op de hoek van het veld. Diep respect was zijn deel.

 

Dagteller: 76 km

 

 

Dinsdag 15 juli 2008: Van Wittenberg naar Strehla.

 

Vanaf Wittenberg zaten we aan de Elbe en konden we de Elbe-route volgen. Meer en meer konden we al zien dat we hier in een gebied zaten waar de mensen het niet al te breed hebben. Naast de supermarkt stond een oud, vervallen bedrijf waar de ratten in en uit liepen. Maar er moest dus geschaft worden. Ditmaal had den Benny een fleske champagne gekocht. Ik heb er zelf wijselijk (die vergiftiging zat nog een klein beetje in het lijf) afgebleven. Diegene die mij kennen weten dat dit niet mijn gewoonte is.

 

We reden door tot aan Torgau waar we een terrasje deden. De overblijfselen van Oost-Duitsland waren nu toch wel heel zichtbaar. Het centrale plein in het stadje was wel mooi, maar al de rest was grauw. Je zag er zo bijvoorbeeld veel jonge meisje die kinderen hadden en die wij bij ons al snel ‘marginalen’ zouden noemen. Op het terrasje bestelden we ineens een portie gemengd en Weißbier natuurlijk. Regelmatig hoorden we luide scheten op het terras, ik geef toe dat het gif mij langs de darmen aan het ontsnappen was. Memorabel was het echter wel.

 

 

Terrsaje in Torgau.

 

In de plaatselijke Spar gingen we opnieuw die dag naar de winkel. Dit keer om vlees te kopen want Benny wou een barbecue doen. Jawel, in het magische karreke zat een grill verstopt! Maar eerst moesten we nog een hele rit doen tot aan de volgende camping. De rit ging steeds langs de grote baan richting Strehla, al snel hadden we door dat er eigenlijk niet veel verkeer was en dat we gewoon op de baan konden rijden. Het ging zeer snel want er was wind in de rug en bovenal een avondzonneke! Toen we er bijna waren moest de kopgroep (Jakke, Max en ikzelf) bijna 10 minuten wachten op de achterblijvers (Krikke en Benny). De twee hongerige honden hadden even gestopt om iets te eten.

 

De camping zelf was groot en rustig. Er was een zwembad en onze twee jonge veulens besloten om een plons te gaan wagen. De oude garde bleef rustig op de bank zitten en besloten maar direct over te gaan tot de orde van de dag, douchen kon later ook wel.

 

Iets later begon chef Benny aan zijn barbecue. In zijn karreke had hij ook een schop en een bijl zitten en met die schop graafde hij dan een putteke om zijn kolen in te doen. We moeten het hem nageven, het was goed gevonden. Maar al bij al blijft het wel ‘overkill’ natuurlijk…

 

Heel de camping hing iets later onder de rook, maar het resultaat was super. Alleen spijtig dat den Benny in al zijn gedoe rond die barbecue zijn kousen niet kon uitdoen. Ook hier zouden we weer niet veel last hebben van vrouwen.

 

 

Barbeque zonder Benny’s

 

Grappig: tijdens den aperitief vloog er een ooievaar over (de streek zit er daar vol mee) en deze streek neer in zijn nest iets voorbij de camping. Iets later kwamen er 18 ooievaars overgevlogen. De Jakke zei hierop kurkdroog: “Die zullen een trouwfeest hebben.”

 

In de laatste winkel hadden enkele mannen ook nog wijn gekocht in brik. Op de zijkant van het brik stond dat de wijn “versneden was met wijn uit meerdere landen van de EU”…. Op zich zouden wij daar nu niet zo mee stoeffen, maar kom. Het was dan ook niet de beste wijn die we al hadden gedronken, maar wel iets of wat drinkbaar. De fles die erna kwam was absoluut niet te zuipen.

 

In de tent wist de Benny mij nog vanalles te vertellen met een grote wetenschappelijke waarde. Den Benny heeft zo zijn gedacht over vanalles. Vandaar dat ik vind dat er binnen de wetenschap een aparte sectie moet komen genaamd: ‘Benny’s en wetenschap’. De rest denkt daar ook zo over.

 

Dagteller: 98 km

 

 

Woensdag 16 juli 2008: Van Strehla naar Porno (Pirna)

 

Des ochtends reden we eerst naar Riesa waar we een bakker vonden met een plaatselijke koffiekoek. Aan de oever van de Elbe hielden we een picknick en ook hier waren de Duitsers weer overdreven vriendelijk. Werkelijk iedereen die ons passeerde zei goedendag. Er reden daar gigantisch veel trekkers rond dus na een tijd hadden we het wel gehad, norse zielen als we zijn. We hebben daar “Nutella-Brot” en “Hering” gegeten.

 

Richting Dresden stopten we in een ijssalon in Meissen. Veel valt hier echter niet over te vertellen want we dronken allemaal frisdrank of koffie. Onderweg zagen we de eerste druiventeelt, we kregen zin in wijn.

 

Richting Dresden ging het enorm goed, want we hadden de wind in de rug. Je reed ook echt op een kronkelig padje naast de Elbe. Opeens zagen we dan Dresden liggen.

 

 

Dresden

 

Deze stad werd in 1945 door een Brits bombardement bijna volledig van de kaart geveegd. 35000 burgers en 75000 woningen verdwenen. Ondertussen is de stad volledig terug in orde en vernieuwd.

 

Op de grote markt stond een standbeeld van Maarten Luhter (Loeter) en uiteraard moest de Max daar toch wel even voor poseren. We besloten een terrasje op te zoeken tussen al die porseleinen huisjes en hier dan ook de kaart van het bier te trekken. Den Benny liet even op zich wachten, al wat we hoorden was het geratel van een ketting. Terwijl den Benny aan het prutsen was zagen we ineens een man voorbij komen met sandalen, witte kousen en…..een bruin, leren broekske. Max kon in een superreflex nog een foto trekken.

 

 

Jakke, Benny en Krikke namen een stukje taart of cake, zoals dat gaat bij oude wijven. Gelukkig dronken we nog grote pinten Weißbier anders hadden de mensen misschien gedacht dat wij een hoop gepensioneerden waren. Het toetje van de Krikke was niet zo lekker (zo zag het er ook niet uit) en dat hebben we geweten. Toen de garçon terugkwam vroeg hij of het gesmaakt had. De Krikke zijn reactie sprak boekdelen…. Subtiliteit is niet zijn sterkste kant.

 

Nadat we bijgetankt waren verlieten we Dresden en vervolgden we onze weg richting camping Königstein. Ook nu ging het schitterend, we hadden mooi weer en haalden hoge snelheden. Maar al gauw begonnen er donkere wolken te verschijnen aan de lucht en werd het ook al vrij laat. Toen we aan het dorpje Porno (=Pirna) kwamen was het al bijna half acht en we hadden nog geen eten voor die avond. Een ramp op wereldformaat voor den Benny. Zeker omdat de rest hem wat aan het pesten was met te zeggen dat we toch nog een noodrantsoen hadden en dat we het daar die avond maar mee moesten doen. Op zich had dit ook geen probleem geweest, voor echte venten tenminste. Benny werd bijna zot toen we nog een winkel zagen die open was. Hij sprong van zijn vlo, het karreke had even geen belang meer, en spurtte naar binnen. Max is hem veiligheidshalve maar gevolgd, kwestie van niet in schandalen te vallen. Uiteindelijk zijn de mannen door de personeelsuitgang naar buiten gebracht want blijkbaar was de winkel al zo goed als gesloten. Benny’s in paniek is niet aan te raden voor gevoelige kijkers, zoveel is zeker.

 

De lucht werd nog donkerder en de camping was toch nog een stevig stuk fietsen. Aan het water had een man van een kanoclub mij gezegd dat er niet ver daarvandaan slaapplaatsen te vinden waren. Wij dus terug naar die kanoclub. Onze tolk, de Krikke, ging er eens naar vragen en een beetje later kwam hij terug naar buiten met het goede nieuws dat we daar mochten blijven slapen. Er was niet veel luxe en of dat geen probleem was. Die dame had blijkbaar nog nooit de Krikke zijn appartement in de Pretstraat gezien…

 

De roeiersclub beschikte over een kamer waar bevriende clubs mochten in verblijven. Die dag waren wij dus de bevriende club. Het was een kamertje met een aantal stapelbedden, meer hadden we niet nodig. Douchen konden we doen in de kleedkamer van de club (Gemeinzame Düschen!!!!) en eten was beneden in het restaurant. Eten exclusief was het 10 euro de man. Geen geld voor zoveel goedheid.

 

Binnen de kortste keren zag onze kamer eruit alsof ook hier een Brits bombardement had plaatsgevonden, overal lagen vuile en stinkende kleren. Onze beren waren aan het grollen dus gingen we eerst eten vooraleer we allen tesamen onder de douche gingen.

 

Om naar beneden te gaan moesten we eerst een trap nemen en voorbij de kleedkamers van de club gaan. De plaatselijke club had juist training gehad en er liep nog wat volk uit de kleedkamers. Het volgende gebeurde. De Jakke liep eerst de trap af en ik kwam vlak na hem, hierna kwam een grijze man uit de club en daarachter liep de Max. De grijzaard kon dus nergens naartoe… Opeens hoor ik voor mij een vijftal keer prrrtt en wat volgde was een geur die uit de diepste krochten van de hel kwam! Het deed ook wat denken aan het mosterdgas dat we enkele jaren geleden in een Frans oorlogsmuseum mochten ruiken. Ik kreeg de eerste lading in mijn gezicht, maar ik ben wel iets gewoon. De grijzaard achter mij echter wankelde volgens de Max een beetje. Bijna hadden we daar slachtoffers gemaakt. De ware oorzaak van deze plotse stankvorming is tot op vandaag de dag onbekend.

 

In het restaurant bestelden we ineens grote pinten Weißbier (de Jakke rode wijn), soep en een hoofdschotel. Het eten ging gewillig naar binnen, de drank ook. Maar we zaten allemaal te wachten op het orgelpunt van de avond: de Gemeinschaftdüsche!!!! Het was een mooi moment met allemaal naakte venten, meer valt daar niet over te zeggen. Spijtig genoeg zijn hier geen foto’s van.

 

In het stadscentrum hebben we nadien nog vruchteloos gezocht naar een drankgelegenheid maar in dat gat was niets meer te zien of te drinken, dus gingen we maar terug naar onze kamer. Den Benny sliep als enige in een bed vanboven en dit deed hij traditioneel poedelnaakt! Voor wij onze ogen sloten was het laatste wat we zagen een naakte Benny die ten hemel steeg. (“NOOOOOOOOOOH”) Ondanks al die naaktheid werd het toch een goede nacht.

 

Dagteller: 88 km

 

 

Donderdag 17 juli 2008: Van Porno (Pirna) naar Decin

 

Het eerste wat we ’s morgens zagen als we onze ogen opendeden was een naakte Benny die van de hemel terug ter aarde kwam. (“NOOOOOOOOOOOOH”)

 

Na al deze naaktheid pakten we onze fietsen (en karreke) opnieuw in en vertrokken we richting Tsjechische grens. Na een kilometer of twee bleven de Krikke en den Benny wat achter, we besloten te wachten. Iets later kwam de Krikke daar terug af met de volgende legendarische woorden: “Mannen, er is goed en slecht nieuws”. Het goede nieuws was dat

Benny niet meer meekon, het slechte nieuws was dat zijn knie het liet afweten. Of was het nu omgekeerd?!? We aten dan maar eerst een boterham alvorens terug te rijden tot aan Benny (héhé). Benny zat te wachten op een bankje en vertelde ons dat de knie niet meer meekon en hijzelf bijgevolg ook niet. Hij zou ons de rest van de route volgen tot in Praag met de trein. Daar zaten we dan, dicht tegen elkaar, op een bankje (er was nog een tweede bankje maar daarop kon niemand zitten aangezien de Max zijn vlo daar tegen stond). Het zouden onze laatste fietsmomenten zijn met Benny. Er waren geen woorden voor, behalve dan “SNUL”!

 

Den Benny nam dus in Porno (Pirna) de trein richting Decin, de eerste Tsjechische stad over de grens. Van daaruit zouden we wel zien waar we gingen slapen. Na even te rijden kwamen we in een iets heuvelachtiger landschap, de Tsjechische grens was nabij! Eerst stopten we in een koffiehuis in Königstein, waar de Krikke een joekel van een banana split in zijne goemmer heeft geslagen. Zelf had ik een helgroene limonade waarvan ik de naam nu even kwijt ben. Er zat zoveel suiker in dat ik 4 tanden zo goed als kwijt ben. De Jakke en de Max aten iets toert-achtig.

 

 

De Krikke verzwelgt een banana-split.

 

De Tsjechische grens riep ons en het werd tijd dat we die eindelijk eens gingen oversteken. Iets later waren we er dan. De Krikke vervulde gelijk één van zijn jongensdromen: pissen op de grens!

 

 

De Tsjechische grens.

 

Iets later waren we dan in Decin, een stad met toch zo op het eerst zicht wel wat armoede, alles leek er zo dor. Decin bestaat uit een stuk stad langs de ene kant van het water en een ander stuk langs de andere kant. In het Duits wordt Decin Tetschen-Bodenbach genoemd! Dit kon dus al niet meer stuk! Tegen dat wij Benny hadden gevonden hadden we al 4 keer door de stad gereden en al 40 keer “SNUL” geroepen. Uiteindelijk vonden we hem en zijn karreke terug aan het foute deel van de stad, maar eigenlijk wel vlakbij het station. Hij had de ganse buurt al verkend en ook al iets gevonden om te eten: een Italiaans restaurant!

 

In dit restaurant bestelden we allemaal een pizza en de Jakke een lasagne. Dit was ook een uitgelezen moment om de kaart van het bier nog eens te trekken. Eén van de meest magische momenten van de reis begon hier. We waren al gewoon om grote pinten bier te drinken in Duitsland, dus we konden wel iets verdragen. Hier kregen we ook halve liters, maar tegen een belachelijke prijs. Een halve liter bier kost er 0,90 € en dit is goedkoper dan 20 cl cola!!!En het moet gezegd zijn, Pilser Urquell smaakt verdomd goed. Ook de andere, meer plaatselijke pilzen zijn smerig goed, maar daarover later meer. Het moet niet gezegd zijn dat we ons niet direct hebben beperkt tot 1 pintje bij het eten.

 

We waren van plan om uit Decin te rijden naar een camping. Dit bleek echter een probleem aangezien er geen trein in die richting uit reed. In dit deel van Tsjechië zijn er ook niet al te veel campings te vinden dus besloten we maar om in Decin een logement te zoeken. Het eerste hotel was volzet, maar in het tweede was er plaats! We mochten onze fietsen zelfs op de gang zetten. We kregen twee kamers: een eenpersoonskamer en een kamer voor 4 man. Den Benny had het wat lastig omdat we nu hier moesten blijven, maar uiteraard was dit geen enkel probleem! Er was zoveel bier in deze stad dat we hier de kaart van het bier konden trekken.

 

Benny sliep in de eenpersoonskamer, zodoende kon hij flopflopflop doen. Onze kamer was ook mooi, vooral de douchecabine waar ineens een toilet in stond. De Tsjechen zijn een hoogstaand volk!

 

Die avond besloten we opnieuw onze kaart van het bier boven te halen. Beneden aan het hotel was er een groezelige bar die direct onze ogen uitstak. Rookverbod is nog niets voor Tsjechië en dat zou hier ook niet pakken denk ik eerlijk gezegd. Maar dit is nu juist wat zo charmant is aan dit land: ‘Geen gezever, bier drinken en anders gaat ge maar op een ander !’ lijkt wel hun nationale motto. En laat dit nu net ook ons motto zijn…

 

In de kroeg gingen we aan een tafel zitten met een prachtig tafelkleed van het biermerk Breznak.  Het logo van dit bier zou ik zo in mijn living hangen: een oude vent die bier drinkt!

 

 

Het ultieme bierlogo !

 

Elke tafel was versierd met dit prachtig tafelkleed. De ober kwam ons zeggen dat ze bijna gingen sluiten, eten was niet meer mogelijk (“in einem halbe Stunde ist es geschlössen.. Bier?”). Een drietal kwartier later was het daar nog niet gesloten en was de andere garçon al langs gekomen om te vragen of we nog bier moesten hebben. We hadden het daar wel gezien en gingen de stad eens verkennen.

Iets verderop was er weer een café waar het nog goed vol zat. Hier moesten we dus zijn. Het eerste dat de garçon tegen ons zei was dat het café binnen een half uur ging sluiten. Volgens mij is dat daar een standaardzin. En weer een half uur later kwam weer de andere garçon ons vragen of we nog bier moesten hebben. Dit keer zeiden we geen nee!

 

De laatste kroeg was de plaatselijke sportsclub. Hier zeiden ze niet dat ze gingen sluiten en bijna iedereen daar was zat, our kinda pub! Ook wijzelf begonnen stilaan ingepilst te geraken. Den Benny haalde zijn monitorenkaart boven van de christelijke mutualiteiten (SNUL) en de Jakke begon te twijfelen of hij de twee vrouwen in de hoek van het café zou gaan binnendoen: “zou ik het doen…..nee, zou ik het doen….welja……” Uiteindelijk heeft hij het maar niet gedaan en zijn we onze beddenbak gaan opzoeken. Op de terugweg naar het hotel zong de Jakke heel Decin bijeen met volgend cultureel lied: “Voil-aare whohooo, voil-aare whohoho”. Moe maar voldaan kropen we in ons bed.

 

Dagteller: 58 km

 

 

Vrijdag 18 juli 2008: Van Decin naar Praag

 

Blijkbaar konden we in het hotel ’s morgens ook ontbijten, want ze kwamen ons wakker maken om 10 uur. Het kan ook zijn dat we gewoon weg moesten. Nadat we te weten gekomen waren dat den Benny 1,5 keer flopflopflop had gedaan zijn we gaan ontbijten op het plein voor het hotel.

 

De rit die voor ons lag was niet al te lang (ongeveer 60 km) maar wel zwaar omwille van de beklimmingen. Wij vertrokken met de fiets en den Benny met de trein (in koerstenue!) richting Praag. We hadden graag de zaterdag een ganse dag in Praag geweest om de stad te zien maar ook om bollekesplastiek te vinden voor onze fietsen. We moesten dus diezelfde avond in Praag zien aan te komen. We gingen dus met onze fietsen rijden tot in Roudnice en aldaar zouden we de trein nemen richting Praag. Benny reed rechtstreeks naar Praag.

 

We reden eerst langs een gewone weg waar we de kuiten regelmatig al eens mochten opwarmen. En dit was nog niet de echte beklimming! Vlak voor het grote werk gingen we dan nog eerst een terrasje doen in een cafeeke. Iedereen bestelde een cola en de Jakke een koffie, tot grote verbijstering van de patron (Beer?). De Jakke zijne koffie was er ene met 2 cm prut in, goed voor de tannekes.

 

De route naar Roudnice was magnifiek qua natuur. De dorpjes waar we onderweg langsreden waren echter zeer armoedig, sommige huizen hadden zelfs geen ramen! De weg was ronduit prachtig. Vlak voor we de zware klim op moesten passeerden we een huis waarvan de hof vol met afweergeschut en dergelijke stond. Het was niet duidelijk of deze op scherp stonden, maar in die streek weet je maar nooit.

 

Hetgeen volgde waren een aantal stevige kuitenbijters en bilkrakers (sommige van 12%). Op een bepaald moment kwamen we in een dorpje waar geen enkel huis nog in een goede staat verkeerde. De Max zal zwaar onder de indruk geweest zijn want waar we linksaf moesten slaan reed meneer rechtdoor. Gevolg: 8 km omweg! Niet dat dit erg was, want dat stukje was vrij plat.

 

Na al het klimwerk kwamen we terug aan een vrij vlak landschap en in de verte konden we Roudnice zien liggen. Niet ver van waar de Jakke dacht dat het station was zijn we iets gaan eten en uiteraard drinken. De serveuze in dit etablissement was een gigantisch lekker dier. Alles klopte gewoon: ogen, lippen, kont, haar, benen en borsten. Niet om vulgair over te komen dat ik dit hier schrijf, maar het was toch zeer de moeite.

 

Daarna gingen we richting station om de laatste 50 kilometer richting Praag met de trein af te leggen, met wel een beetje wroeging. We hadden nog een veertigtal minuten alvorens onze trein er was en dat zouden we gebruiken om nog even snel de kaart van het bier te trekken. In het uiterst gezellige stationsbuffet dronken we snel een half litertje pils. Toen we gingen afrekenen scheelde het geen haar of de dame achter den tap had opnieuw de glazen gevuld.

 

De indeling van de perrons was er zeer onduidelijk: perron 1 had nog 3 smalle kleine betonnen paadjes waar we dan opmoesten. Spoor 1 was eerder spoor 3. Zo zou een mens nog zijn trein missen en opnieuw in dat stationsbuffet moeten gaan zitten en bier drinken. Onderweg begon het smerig hard te regenen en waren we precies blij dat we droog zaten.

 

In Praag aangekomen vonden we opnieuw onze vriend Benny die ons braaf in het station stond op te wachten. Eerste taak was een camping zoeken, dat had die luie trol van een Benny nog niet gedaan. Met de fiets aan de hand gingen we door het centrum. We vonden na enige tijd te zoeken een camping op een eiland in de Vitava (= Moldau). Alles werd direct voor ons geregeld, de dame van de receptie was uiterst gedienstig en wees ons een stukje gazon toe waar wij onze tenten mochten zetten. Eén nadeel: het was naast een groep (luidruchtige) Hollandse scouts…

 

Na een gezamenlijke douche trokken we met tram 54 (die de hele nacht rijdt, ideaal!) richting centrum om aldaar de kaart van het bier te trekken. We waren nog geen twee minuten in het centrum of ze staken ons al kaartjes toe van een stripclub. Mooi, maar nog te vroeg. We kwamen uiteindelijk om bier te drinken! Het was een mooie nacht met veel bier en Praagse cabaret-time!

 

Na al dat gedoe krijgt een mens al wel eens honger en het toeval wil dat Praag volstaat met worstenkramen (en tettebars!). Terwijl wij onze worst bestelden stonden er naast ons een aantal negers die ook worsten bestelden maar hen bij het betalen niet meer wilden. De meisjes van achter het kraam waren niet op hun mondje gevallen en maakten van hun oren, waarna de negers ook van hun oren maakten. De meisjes deden woewoewoewoe tegen de negers en zeiden dat ze alleen naar hier kwamen om te profiteren. Hierop riep de neger zeker 20 keer na mekaar: “I have better live than you in South-Africa”!! Hilarisch! Door al die heisa ‘vergat’ de Krikke wel te betalen, maar het pakte niet, ze kwam ons achterna.

 

Met ongelooflijke ‘hoeregeluk’ vonden we onze tram en zaten we ook ineens in de juiste richting. We waren aan onze tent tegen een uur of 4.

 

Dagteller: 62 km

 

 

Zaterdag 19 juli 2008: Bollekesplastiek in Praag

 

Tegen 11 uur stonden we op om twee redenen: de zon stond op onze tent en de Hollanders van naast ons waren al een hele tijd Rammstein aan het spelen.Ondanks de drank van de avond ervoor was er bij Max en mezelf niets te merken van een kater. Integendeel, we hadden zelfs zin in een frisse halve liter pils! Het Tsjechische gen begon reeds te werken!

 

In de stad hebben we iets gegeten, Benny had wonderwel niet veel honger.

 

Na het noodzakelijke voedsel gingen we op speurtocht naar bollekesplastiek voor onze fietsen. We besloten al snel om ons in twee groepen te splitsen. Ik zat in een groep met den Benny en de rest hebben volgens mij ergens de kaart van het bier getrokken. Om maar te zeggen: ze hebben niet veel succes gehad, maar wel een mooi optreden meegepikt van een jazz-bandje met ene op een wasbord. Als ze al een winkel vonden, dan was die net gesloten.

 

 

Na lang zoeken werden we redelijk hopeloos. Tot we plots een fietsenwinkel zagen. De man had geen bollekesplastiek maar wel kartonnen dozen waar de fietsen mee worden geleverd.

We namen die dus mee al was het een gigantisch gedoe om deze met twee man te versleuren. Het plan was om ze met de tram naar de camping te brengen en dan terug te komen naar de rest. Toen we op de tram stapten keek de bestuurder in zijn achteruitkijkspiegel en reed hij niet door. Hij murmelde wat in het Tsjechisch en aangezien iedereen in de tram naar ons keek zijn we maar afgestapt. Met z’n vijven moest dit echter wel lukken, dus belden we naar de mannen die vervolgens afkwamen….na twee uur! Uiteindelijk hebben we die dozen dan toch op de camping gekregen en we hebben er ineens onze fietsen mee ingepakt en tegelijkertijd trokken we ook de kaart van het bier! Een ware prestatie!

 

Aangezien we het niet goed wisten hoe we de dag daarna op de luchthaven moesten geraken besloten we maar om een taxi te bestellen. De dame van de receptie deed weer haar uiterste best om ons te helpen.

 

Van al dat gedoe kregen we honger en we zijn iets gaan eten in het campingrestaurant. Volgens mij werd er daar niet al te veel gegeten. Het was nochtans goed en veel. Al was het wel verdacht dat de Jakke en ik hetzelfde hadden besteld, maar dat de kleuren en de smaak toch wel wat verschilden. Benny had weer geen extreme honger. We begonnen het ergste te vrezen.

 

De kaart van het bier werd wederom in het centrum getrokken. Het tweede café was meteen prijs. Het betrof een ondergrondse ‘Music Bar’, we hebben hier de rest van de nacht gezeten. Iedereen vond het daar goed, behalve den benny. Opeens stond de Jakke daar zelfs tongen met één te draaien, zo goed was het daar! Ook de Krikke had iets nieuws te presenteren: slapen en drinken tegelijkertijd! We hadden zo naar het circus kunnen gaan!

 

Enkele sfeerbeelden:

 

 

Uiteindelijk hebben we de kroeg verlaten en gingen we stilaan richting de camping. Toen we buiten gingen zagen we datgene dat we niet voor mogelijk hielden: ne neger met nen hoed!!! Het circus moest wel in het land zijn! De mens was reclame aan het maken voor een tettenclub daar in de buurt en vroeg of “we liked big boobies”. Ikzelf zei hem dat “we were looking for big penisses”. Hij wist niet meer wat zeggen.

 

 

Het circus is in ’t land !

 

Een mens kan niet slapen zonder worst in zijn maag, of hoe zeggen ze dat?!? Dus gingen we ook nog maar eens een worst eten. Toen de Krikke dit keer eens wel ging betalen viel zijn worst al direct uit zijn broodje op de grond. Geen probleem voor Krikke echter, hij at hem gewoon op!

 

We namen de tram richting camping en iedereen sliep, behalve Max en ikzelf. Vlak voor onze halte moesten we de rest wakker maken, want ze waren al in een diepe slaap. We stapten af en kwamen tot de vaststelling dat de Krikke nog op de tram zat. De tram reed een meter voort tot als een neger die naast de Krikke zat hem wakker maakte en onze jongen alsnog van de tram kon stappen.

 

Dagteller: 0 km, 30 liter bier

 

 

Zondag 20 juli 2008: Praag-Brussel

 

We stonden op met een licht knaagdier in ons hoofd. Met spijt in het hart en de lever moesten we het land van ons broedervolk verlaten. Er was maar 1 busje voorzien en dat was toch wel heel krap voor al onze bagage en onze fietsen. De taxichauffeur wou zich echter niet laten kennen en propte zijn bus vol. Veilig en wel werden we aan de luchthaven afgezet.

 

We aten snel iets op de luchthaven en de Jakke liet zijn fiets nog eens extra in plastiek inpakken aangezien hij met een ‘gatteke’ in zijn doos zat. Het eten was ronduit slecht.

 

Rond 16.30 uur kwamen we terug aan in Zaventem. Na eventjes te wachten kwamen onze fietsen eraan. Die van de Max was kapot maar de rest was ok. Max en Benny staken hun fiets niet meer in elkaar, de rest wel. De Krikke was zelfs zo enthousiast dat hij zijn stuur ondersteboven op zijn fiets monteerde. Hijzelf was zich van geen kwaad bewust.

 

 

Een vakman in actie.

 

Max (gebogen as) en Benny (gebogen knie) namen de trein richting Heist, Jakke en Krikke reden terug met de fiets en ikzelf nam de trein in de hoop mijn dochter nog te kunnen zien. Volgende keer rij ik gewoon met de fiets mee want uiteraard waren er weer vertragingen. De Jakke en Krikke zijn nog in Mechelen gesignaleerd waar ze een friet(je) aten en trappisten dronken. Ook hierna zijn ze elk hun eigen weg gegaan.

 

En zo zijn we uiteindelijk allemaal thuis geraakt. Het gebeurde is verleden tijd, maar de verhalen zullen nog vele jaren blijven verder leven zo ergens rond een hoek van een toog.

De enige vragen die ons nu nog resten zijn:

 

- Waar zullen we volgend jaar weer terecht komen?

- Hoeveel vergaderingen zullen we hiervoor moeten inlassen?

- Zal Benny nog een extra knie tevoorschijn kunnen toveren?

- Zullen we ook volgend jaar de kaart van het bier kunnen trekken?

 

 

Tot dan!